Uit je hoofd, in je lichaam
De invloed van het fysieke hoofd op de ademhaling
“Uit je hoofd, in je lichaam”. Dit is min of meer de kernslogan die tijdens mijn psychosomatische opleiding vaak werd benadrukt. Hoewel deze uitdrukking waardevol is, wil ik een ander perspectief bieden. Naar mijn mening zouden we juist vaker aandacht mogen besteden aan ons hoofd; ons fysieke hoofd wel te verstaan. Omdat het fysieke hoofd van grote invloed is op hoe wij we in ons hoofd voelen en een belangrijke rol speelt in de manier hoe we ademen. Dat en meer, lees je in deze blog.
Het fysieke hoofd
Het hoofd is ook onderdeel van het lichaam
Wij, westerse mensen, hebben een vreemde verhouding ontwikkeld met de uitdrukking “uit je hoofd, in je lichaam”. Deze uitdrukking suggereert namelijk een scheiding tussen hoofd en lichaam. We zijn ons hoofd gaan associëren met iets mentaals en ons lichaam met alles wat zich onder de nek bevindt. Dit is een bijzondere denkfout. We vergeten echter dat ons hoofd ook onderdeel is van ons fysieke lichaam!
Wat eigenlijk wordt bedoelt met deze uitdrukking is “uit je mentale hoofd, in je fysieke lichaam”, en niet perse uit je fysieke hoofd. Want zoals gezegd is ons hoofd ook onderdeel van ons lichaam. In ons hoofd bevinden zich namelijk ook spieren die gespannen en vermoeid kunnen zijn en voor ongemakken kunnen zorgen. Echter, deze ongemakken die we in ons hoofd ervaren, associëren we vaak als iets mentaals, niet als iets fysieks. Bij mentale inspanning span je immers ook hoofd spieren aan. Als we ons fysieke hoofd negeren omdat we ons alleen op het mentale of op het lagere lichaam richten, verandert er niets aan de spanning in de spieren van ons gezicht, waardoor deze gespannen blijven.
Het hoofd heeft ook spieren
Net als de rest van ons lichaam, bevat ons hoofd ook vele spieren. Deze spieren krijgen veel te verduren, misschien zelfs het meest van ons hele lichaam. We spannen ze aan tijdens het nadenken, concentreren en het focussen, bij het inhouden gevoelens, woorden of gedragingen, en bij het opzetten van maskers om iets in onszelf te niet te laten zien. Vaak zijn deze spieren dan ook de hele dag door actief.
Deze voortdurende (in-)spanning van de gezichtsspieren, kan leiden tot hoofdpijn, migraines, kaakklachten, oogklachten (ook achter de ogen zitten spieren) en vermoeidheid van het (fysieke) hoofd.
Net zoals de spieren in bijvoorbeeld je benen rust nodig hebben, geldt dat ook voor de spieren van je hoofd!
Dan kan je bij wijs van spreken gefocust mediteren, yoga of ademhalingsoefeningen doen om het lichaam te ontspannen, maar als de spieren in het gezicht gespannen blijven, ervaar je wellicht niet de rust en ruimte die je zoekt.
De oplossing
Je lichaam probeert je al onbewust te helpen om de spanning van je gezicht te halen. Dit gebeurt door behoefte te voelen om in je ogen of gezicht te wrijven, te gapen, gekken gezichten te trekken of rare geluiden te willen maken. Deze acties brengen beweging in de gezichtspieren en verlichten de spanning in het hoofd.
Daarnaast zijn er specifieke drukpunten in het gezicht die je zelf kunt behandelen. Door met je vingers op deze punten te drukken en dit vol te houden tot de gevoeligheid vermindert, kun je verlichting in het fysieke hoofd ervaren. Zie de afbeelding hiernaast voor de drukpunten.
Of een andere mogelijkheid is om je oogspieren weer uit de focus-stand te halen door ze weer in beweging te brengen, zoals hiernaast weergegeven.
De adem-mechanica
Hoe spanning in het hoofd invloed heeft op je ademhaling
Aangezien het hoofd de holtes en luchtpijp bevat waardoor je ademt, is het hoofd de in- en uitgang van je ademhaling.
Zodra er spanning in het gezicht is, heeft dit invloed op de grootte van deze holtes en luchtpijp. Het zorgt er namelijk voor dat ze kleiner worden, waardoor je harder moet werken om te ademen. Het is alsof je door een kleiner rietje ademt.
Spanning in je kaken bijvoorbeeld, beperkt de ruimte voor je tong om vrij te kunnen bewegen. Hierdoor kan de tong alleen naar beneden (wat een onderkin veroorzaakt) en naar achteren bewegen, waardoor het luchtgat achter in je keel wordt verkleind. Dit is ook de reden waarom snurken of apneu optreedt.
Hiernaast is de tong ook verbonden via bindweefsel aan andere spieren in het lichaam, waaronder het middenrif, een rug- en liesspier, en zelfs de onderkant van je voet. Het maakt dat als je spanning in je tong hebt, je automatisch ook spanning in deze delen van je lichaam kan ervaren.
Als de ruimte achter in de keel kleiner wordt door spanning in je gezicht, kaken en tong, zal je extra kracht moeten zetten om te ademen. Die extra kracht haalt je lichaam uit verschillende nek-, schouder- en borstspieren, wat ook weer klachten kan veroorzaken, en je hoger gaat ademen.
Je lichaam heeft hiervoor wel een mechanisme ontwikkeld om het ademen te vergemakkelijken. Het doet dit door het hoofd naar voren te bewegen, waardoor de tong naar beneden zakt en de luchtweg vrijgemaakt wordt. Dit gebeurt bijvoorbeeld ook als je iemand beademt tijdens reanimatie. Echter, dit vergemakkelijkt alleen het inademen, niet het uitademen. Want het probleem verschuift zich:
De luchtwegobstructie vindt lager plaats wanneer het hoofd naar voren beweegt. Dit komt doordat de wervels nu van achteren de luchtweg afsluiten. Hierdoor wordt het met name moeilijker om uit te ademen, waardoor spanning in het lichaam blijft hangen en invloed heeft op bijvoorbeeld de spanning in het middenrif, darmen of bekkenbodum.
De oplossing
Zoals eerder gezegd; je lichaam probeert je onbewust al te helpen om de spanning van je gezicht te halen en de luchtwegen vrij te maken. Dit doet het door te gapen, in je ogen of gezicht te wrijven, gekke bekken te trekken, je tong/kaken overdreven te bewegen of rare geluiden te willen maken. Sta je lichaam vooral toe om dit te mogen doen, omdat het lichaam net zo graag van de spanning af wil als je en het weer vrij wil ademen.
